Anekdotes en (sterke) verhalen

Mijn dienstplicht bij de Koninklijke Marechaussee (Deel 1). Door dpl wmr Leo Penders, lichting 56-4

Mijn eerste ervaring met de Marechaussee vond plaats op de middelbare school in Zaltbommel. Het moet ergens in 1955 geweest zijn, waar ik tijdens een les uit de klas geroepen werd omdat iemand in een indrukwekkend uniform me wilde spreken. Het bleek iemand van de Koninklijke Marechaussee te zijn. Rangen waren mij totaal onbekend, maar zijn verschijning maakte op mij wel de nodige indruk. Zijn verhaal kwam er op neer, dat ik na een lange selectieprocedure en antecedentenonderzoek via instanties als politie, burgemeester, pastoor, school en ouders was uitverkoren om als dienstplichtige deel uit te gaan maken van het Wapen der Koninklijke Marechaussee. Alleen mijn toestemming was nog nodig. Wie zou zo’n uitverkiezing kunnen weigeren?
Overigens was ik wel verbaasd dat ik niet bij de Geneeskundige Troepen maar bij de Marechaussee terecht zou komen. Ik had immers bij de militaire keuring mijn voorkeur uitgesproken voor de Geneeskundige Troepen omdat ik slim dacht te zijn en een goede kans zou maken om lekker dichtbij aan de overkant van de Waal in Kamp Neerijnen terecht te komen bij de Militaire School voor Hygiëne en Preventieve Geneeskunde (MSHPG). Het zou anders lopen.
Bij het zien van foto’s van de aankomst van rekruten in de Koning Willem III-kazerne tijdens een bezoek aan het Marechaussee Museum in Buren gingen mijn gedachten terug naar 7 augustus 1956, toen ik "onder de wapenen werd geroepen". Na aankomst in de bekende 3-tonner stroomden de binnenkomende dienstplichtigen in pelotons in van ongeveer 30 man. Aan het eind van de dag bleken er 5 pelotons tot een compagnie te zijn gevormd, zodat ik te maken kreeg met zo’n 150 lotgenoten. Ik werd als mar 4e klas opgenomen in het 2e peloton van de 1e Instructiecompagnie van het Schoolbataljon. Ik wist niets van het militaire leven, alles kwam als een volstrekt nieuwe ervaring op me af. Zo’n eerste dag was daar overvol van. Na een korte medische keuring waarbij een vluchtige blik in de onderbroek werd geworpen om vast te stellen of wij nog steeds van het mannelijk geslacht waren, werden we naar het exercitieterrein gedirigeerd om de zojuist ontvangen PSU-stukken te leren herkennen hetgeen tot de nodige verwarring en schimpscheuten leidde. Nadat we hadden geleerd hoe een "wolletje" op te maken, namelijk in strakke rechthoekige vorm met behulp van twee korte houten stokjes; bovendien moesten deze nog rechtsgericht worden ook. Aan het eind van de middag werden we tijdens een toch wel indrukwekkende plechtigheid "onder de krijgstucht gesteld" in de hal van het legeringsgebouw en konden we geen kant meer op.
De volgende dagen zou ik gaan ondervinden wat het betekende om instructie te krijgen van de pelotonsleiding, dat waren de wmr1 v.d. Linden en de wmrs Glastra en Helmendach. Een en ander werd alles behalve zachtzinnig aangepakt maar we werden er wel flink van.
's Morgens werd je om 06.00 uur gewekt met een tune via de geluidsinstallatie van de kazerne, maar dat was onvoldoende om echt wakker te worden. Daarom liep de dienstdoende wachtmeester van de week al "opstaan" schreeuwend, af en toe om kracht bij te zetten, met zijn stokje een flinke mep gevend tegen een of andere kast, de pelotonsverblijven langs. Als hij terugkwam van zijn route moest iedereen uit bed zijn en "toevallig" zat dan iedereen op de rand van zijn bed zijn sokken aan te trekken.
De burgerkleding ging in de weekendtas onderin de kast en we kregen een legergroen werkpak (de Rotterdammers onder ons noemden het een ketelpak) aan en een vechtpet voorzien van een enorme klep op het hoofd. Als schoeisel dienden zwarte "kistjes" met ijzerbeslag, waarmee je moest uitkijken omdat ijzer op harde vloeren tot glijpartijen kon leiden. Het had ook zijn voordeel: een exercerend peloton bracht door het ijzer op stenen een prachtige cadans voort! Toen we later merkten dat de "kistjes" met ingang van de lichting 1957-1 waren afgeschaft en vervangen door hoge schoenen met rubberzolen, vonden we dat uiteraard maar niks. Er zat geen cadans meer in de exercitie! Bij onze eerste exercitie werd het peloton verdeeld in "rotten van drie", de langste mensen vooraan en de kleinsten achteraan. Ik met mijn 1 meter 85 kwam in het tweede rot terecht achter Ruizenaar, Bruinooge en van Wagensveld. Bij het aantreden moest iedereen naar rechts-richten op de langste, zijnde Ruizenaar.
Ook werd iedereen ingedeeld om dagelijks corveediensten te verrichten. Je kon dan ook aangewezen worden als "etenhaler", "etenuitdeler", "gamellenwasser", enz.
Al vrij snel kregen we te maken met het fenomeen eenheid van uitmonstering. Onder de opgekomen dienstmaten was er een (Vermeulen) die een klein streepje als snorretje op zijn bovenlip had. We werden voor de keus gesteld: allemaal een snorretje of niemand een snorretje. Het moge duidelijk zijn dat het snorretje van Vermeulen sneuvelde.
Achteraf bezien was de methode om de discipline er in te krijgen een lange reeks van wat we tegenwoordig noemen intimidaties. Zo werd er bij het exerceren door de instructeur, om in de pas te blijven, geroepen: "Hou die pas vast! Loop niet te slingeren! Links rechts, links rechts! Lul Geurts, lul Geurts!" Na het commando "Halt" moesten er nog drie passen worden gedaan, waarbij iedereen luidkeels meetelde door te roepen "En-Sta-Stil." Wee degene die nog een extra pas durfde te zetten! Die kreeg te horen: "En sta dan ook stil. Je roept het toch zelf!" Op een zeker moment vroeg iemand, na het commando "aantreden", aan de toch van de pelotonsleiding als meest ingetogen bekend staande wmr v.d. Linden of dat met of zonder geweer was. Zijn antwoord was: "Je gaat toch niet zonder kloten naar de hoeren!" Van wmr Glastra kreeg menigeen te horen: "Het is zwaar klote met jou, jong!"
Bij een van de vele inspecties heb ik het volgende aangehoord bij de inspectie van een geweerloop. Wachtmeester: "Wat zie ik daar in de loop? Kijk!" Marechaussee (timide): "Roest wachtmeester." Wachtmeester: "Harder!" Marechaussee (met enige stemverheffing): "Roest wachtmeester!" Wachtmeester: "Nog harder!" Marechaussee (enigszins schor): "Roest wachtmeester!" Wachtmeester: "Nog veel harder!" Marechaussee (met overslaande stem): "Roest wachtmeester!" Wachtmeester: "Na-inspectie!"
Sommige algemeen bekend zijnde begrippen als "balen" en "fanatiek" kregen in die eerste weken een nieuwe inhoud.
Als de dagdienst was afgelopen moest er onderhoud aan het wapen, de uitrusting en nog veel meer gepleegd worden. We kwamen er achter dat schoenen poetsen niet zo eenvoudig was als het leek. Als bij inspectie bleek dat de binnenkant van de hak niet net zo goed gepoetst was als de buitenkant dan moest alles opnieuw! Om de spanning onder het poetsen een beetje te verdrijven bezondigden we ons nogal eens aan het zingen van het eigenlijk verboden lied:
 
"Wie zijn vader heeft vermoord
En zijn moeder heeft vergeven (vergiftigd)
Is nog veel te goed voor het soldatenleven."

Als er tijdens het onderhoud een onderofficier binnenkwam moest degene die hem het eerst zag "stilte" roepen, maar kwam een officier de kamer op dan moest degene die hem het eerst zag "in orde" roepen, iedereen kwam in de houding waarna de kamerwacht zich moest melden met "Marechaussee Jansen, 2e peloton bezig met onderhoud, luitenant." Luitenant: "Doorgaan met onderhoud."
's Avonds had je bijna nooit echt vrij. Er moesten o.a. wasnummers in de kleding worden genaaid met behulp van de verstrekte naaigarnituur en opdat ieder altijd zijn eigen helm hield, moesten we zowel in de binnen- als de buitenhelm met een luciferhoutje en witte verf ons registratienummer (legernummer) schilderen. Ook de binnenkant van de koppel moest op de dezelfde wijze beschilderd worden.
Interessant waren ook de avondinstructies, waarbij we in het avondlijk donker naar een bosrand buiten de kazerne werden gevoerd. Er werd aandacht gevestigd op de gevaren als men achteloos in het donker b.v. een sigaret opstak of als je in de avondstilte een plas deed. De vijand had het dan wel erg gemakkelijk!
Een andere keer, toen we al plannen hadden om naar bed te gaan of het avondappèl af te wachten, zoals bekend "gekleed voor het bed of naakt eronder", moesten we meedoen met een dropping en werden we door een vrachtwagen 10 kilometer buiten Apeldoorn met een kompas en de opdracht om zo snel mogelijk terug te gaan naar de kazerne, in de verlatenheid afgezet. De eersten waren nog net voor twaalf uur terug maar de laatsten ver daarna. Redelijkerwijs verwachtten we toen dat de reveille wel een uurtje laten zou zijn. In het burgerleven was dat normaal, maar hier kon daar geen sprake van zijn!

(Wordt vervolgd)



Terug naar overzicht

Specials

Schutsvrouwe der Koninklijke Marechaussee
Verbouwing Koning Willem III kazerne
Anekdotes en (sterke) verhalen

Donaties

Steun deze website. Klik hier voor meer informatie.


Advertentie

MarechausseeNostalgie op Facebook

Volg ons op Facebook

Website door Dinkel Systems