Anekdotes en (sterke) verhalen

Dienstweigeraar? Door mar Reinier Voogd, lichting 55-3

In 1956 werd ik de (zoveelste) chauffeur/oppasser van de luitenant-kolonel A.O. van Soest, (4e) Divisie Marechaussee officier in Harderwijk. Ik poetste zijn schoenen en leren koppel in Hotel 'De Stadsdennen' in Harderwijk, toen het officiershotel. De overste had eerder samen met de overste Van der Grinten gediend bij het 151e Etappe Marechaussee Bataljon in Harskamp, maar dat werd opgeheven (red: in december 1955). Zij waren wat eigenaardigheden betreft aan elkaar gewaagd. Bovendien was de overste enige arrogantie en stijfheid niet vreemd. Maar of hij nu ècht de juiste man op de juiste plaats was?
Mijn eerste aanvaring met hem betrof onze knots van een radio, achterin de nieuwe Nekaf jeep en bedoeld om de contacten met de Divisiestaf te onderhouden en andere operationele berichtenwisseling mogelijk te maken. Dus niet 'zomaar' een radio maar een essentieel verbindingsmiddel. Ik was Marechaussee Politiedienst en wist van die radio niets af, maar bij een divisie-oefening bleek, de overste evenmin! Van SoestToen ik daarover de opmerking maakte dat voor een uiterst parate eenheid als wij waren, kennis van de verbindingsmiddelen toch een vereiste was - dat had de Tweede Wereldoorlog toch geleerd! - werd mij de mond gesnoerd. Ik moest mij met mijn eigen zaken bemoeien, maar ik repliceerde dat dit nu nèt wel mijn zaken waren en zeker ook die van hem! Ik reed met de overste úren waarbij opmarsroutes richting het Oosten werden verkend, vaak zonder een woord tegen elkaar te zeggen en uiteraard met de voorgeschreven 60 km/uur. Maar ook zijn kennis van het kaartlezen was niet direct om over naar huis te schijven. Ik was hem al eens bijgesprongen, maar met: "Als ik wat wil weten, vraag ik het je wel", als resultaat. Dus reden wij menigmaal verkeerd, wat natuurlijk aan de kaarten lag.
Op oefening met hem in Duitsland ging het uiteindelijk helemaal mis. De overste droeg mij op: "Jij moet mij 's morgens om 06.00 uur wekken en dan tevens heet water meenemen om te scheren." Dit moest uiteraard in het bij een oorlogsoefening voorgeschreven tenue, wat weer betekende dat ik dus een uur eerder kon opstaan, mij kon wassen, scheren, aankleden, eten en heet water versieren, maar waar? De keuken zag mij al aankomen met m'n bakkie heet water! En dat was mij een deur te ver. Ik vertelde de overste dat 'oppasser' een functie was die voor hem niet bestond en ik niet zijn slaaf was en dus weigerde dit te doen, zelfs als hij het zou verzoeken. 'Dienstweigering' vond hij. Maar een dienstbevel moet zijn: redelijk, billijk en op de dienst betrekking hebben. En ik vond dat een bakkie heet water brengen niet aan deze criteria voldeed. Ik hield dat de overste ook netjes voor en weigerde 'halsstarrig' zoals dat later heette. Hij hield ook vol en ik moest dus worden bestraft. Ik heb zéér fors van mij afgebeten want ik werd woedend. Maar het hielp de zaak alleen maar verder in het slop, want het begon allemaal erg op insubordinatie te lijken, helemaal toen ik zijn 'dienstbevel' als 'gekkenwerk' bestempelde en ik verder van mening was dat hij dacht met een idioot te maken te hebben in plaats met een goed opgeleide marechaussee!
Achterin (!) een 1-tonner werd ik van 'ergens' in Duitsland naar Nederland gebracht 'bewaakt' door een wachtmeesters, die voorin zat met mijn belofte dat ik niet de benen zou nemen. Van de cdt 4 DMC kreeg ik wegens 'halsstarrige dienstweigering', 5 dagen streng arrest opgelegd. Op de term 'dienstweigering' had ik gestaan, evenals op dat 'halsstarrig'. De overste had die termen toch gebruikt? Enne.... dienstweigering was toch een aangelegenheid voor de krijgsraad, welke niet krijgstuchtelijk kon worden afgedaan? 'Maak nooit een formele fout' had ik eerder geleerd en hiervan was volgens mij zo zeer sprake, dat op een beklag mijnerzijds kon worden gerekend. Dat hielp allemaal niet en na enige aarzeling werd de straf gehandhaafd en werd ik naar het Depot in Apeldoorn gebracht, wéér met een auto. Handhaving van de discipline mocht geld kosten! Ik ging dus 5 dagen de cel in, voor een kopje heet water!
LuchtplaatsMij werd al snel in het oor gefluisterd dat de luchtplaats waarop ik tweemaal daags gelucht moest worden niet voldeed aan de vereiste grootte, wat door de officier van piket na navraag, tandenknarsend werd erkend. Dus eiste ik op het kazerne-terrein te worden gelucht. Dat gaf toch een gelazer! De adjudant onderofficier belast met 'handhaving van de discipline', die in de wandelgangen destijds 'Beria' werd genoemd naar het hoofd van de Russische geheime dienst, probeerde mij af te bluffen tezamen met een kapitein die erbij werd gehaald. Ik hield echter voet bij stuk, weigerde vervolgens het luchten op de luchtplaats, wat in de ogen van de heren wederom 'dienstweigering' was. Nou dat moest dan maar in een proces-verbaal worden vastgelegd en worden voorgelegd aan de krijgsraad, hield ik de heren voor, dan kon gelijk de héle zaak worden behandeld. Ik zou de zaak tot het einde uitvechten, waarvan ik geen geheim maakte wat door de heren als 'bedreiging' werd uitgelegd. Toe maar! Deze bonje ging natuurlijk niet ongemerkt voorbij, want ik weigerde ook om in mijn cel met wie dan ook maar te praten. Gesprekken moesten dus in het wachtgebouw plaatsvinden en de marechaussees die op wacht zaten, zorgden er wel voor dat de deuren open stonden en iedereen alles kon horen en zij steunden mij heimelijk evenals de wachtcommandant. Iedereen vond het belachelijk dat ik zo'n straf had gekregen voor helemaal niets en zij waardeerden mijn 'oorlog'. De eerste ronde was voor mij en ik zou twee keer per dag op het kazerneterrein worden gelucht. Maar direct deed zich het volgende probleem voor. Als je in de cel zit heb je geen veters in je schoenen en geen riemen of een stropdas om. Ik verdomde het om als een soort ter dood veroordeelde over het kazerneterrein te sloffen, lopend tussen twee marechaussees met het geweer in de aanslag en een wachtmeester er achteraan; ik mocht immers eens ontsnappen! Ik eiste gekleed volgens de voorschriften op het kazerneterrein te kunnen lopen en de heibel herhaalde zich van voren af aan, mèt een woedende, rood aangelopen Beria en met weer een paar officieren. Ik hoorde volgens hen niet bij de Marechaussee! En dat werd natuurlijk een aardige discussie, want ik wilde van de heren weten wat daarvoor dan de maatstaven waren. Slaafsheid misschien? Met kopjes heet water lopen sjouwen op een oorlogsoefening? Daarbij op pad worden gestuurd met gemis aan kennis van essentieel materiaal? Ik werd voor muggenzifter uitgemaakt en kon dat weer heerlijk pareren door hen te wijzen op de oorzaak van mijn verblijf. Over muggenzifterij gesproken, toch?! Een bakkie heet water! Wie hoorde er eigenlijk niet bij het Koninklijk Wapen? Het was een bekvechterij van jewelste waarbij ik de heren keurig met hun rang bleef aanspreken en mijn woorden zeer zorgvuldig koos, rustig bleef en mij niet gewonnen gaf.
Ik kreeg de dominee op bezoek die zowat van zijn stoel viel. Hij vond het ook geen vertoning. En of het nu aan zijn interventie lag is onbekend gebleven en werd later door hem ontkend, maar ik won ook deze hoog opgelopen rel. Dus liep ik daarna geheel gekleed en hoogglanzend gepoetst en geperst - ik had in de cel toch alle tijd - mèt mijn dunne leren handschoenen aan, tussen twee marechaussees met het geweer in de aanslag, die zich van schaamte nauwelijks raad wisten èn een wachtmeester, idem dito, over het kazerneterrein. Dit tot opperste verbazing van iedereen op het drukke kazerneterrein. En omdat je toen ook groetplicht had, kon ìk allen die ik tegenkwam en daarvoor in aanmerking kwamen model groeten, samen met die wachtmeester. Het was een vertoning die alom verbazing wekte en op de lachspieren werkte van iedereen die het gedoe zag. Oók van de kazernecommandant, (red: kolonel Tripplaar) die wij tegenkwamen en ter plaatse wilde weten waarvoor 'die poppenkast' diende. Ik moest direct met hem mee, zonder escorte, en heb hem op zijn kamer bij een kopje thee het verhaal van begin tot het einde verteld, óók van die radio en inclusief de stijl van het optreden van Beria en die officieren. Hij heeft het verhaal aangehoord en er niet op gereageerd. Vanaf dat moment werd ik gelucht, uiteraard in compleet tenue, met alleen de korporaal van aflossing en kon ik naar de douche, de kapper en het zangkoor, waarvan ik nog steeds lid was.
Ik ben tegen de straf in beklag gegaan, won dat beklag glansrijk en kreeg de 5 dagen celstraf terug als bijzonder verlof. De straf werd geschrapt, ook volgens de voorschriften trouwens! Ik werd wèl pas twee maanden na mijn lichting tot marechaussee der 2e klasse bevorderd.
Van de overste heb ik nooit meer iets vernomen........

Terug naar overzicht

Specials

Schutsvrouwe der Koninklijke Marechaussee
Verbouwing Koning Willem III kazerne
Anekdotes en (sterke) verhalen

Donaties

Steun deze website. Klik hier voor meer informatie.


Advertentie

MarechausseeNostalgie op Facebook

Volg ons op Facebook

Website door Dinkel Systems