Anekdotes en (sterke) verhalen

25e lichting van het Filler-systeem. In 1957 geschreven door toenmalig kapitein H.C. de Bruin, van 1977 tot 1981 Commandant Koninklijke Marechaussee

Op 9 april 1953 werd op het Depot de eerste lichting van het "Filler-systeem" begroet. Vanaf die datum kwam voortaan iedere twee maanden een nieuw stel rekruten op.

Vier jaar later op 9 april 1957 onderhielden enkele 3-tonners van het Depot een pendeldienst tussen het station Apeldoorn en de Koning Willem III kazerne. Zij vormden op die dag de schakel tussen militair- en burgerleven, want zij vervoerden onder de wapenen komende burgers (lichting 57-2) van het station naar de kazerne. Het waren 93 stevige, gezonde mannen, die 's morgens afscheid hadden genomen van ouders, broers, zusters en wellicht meisjes of verloofden, omdat de plicht hen riep in de vorm van een oproeping voor het vervullen van de dienstplicht. Van alle uithoeken van Nederland (tot zelfs vanuit Schiermonnikoog) reisden zij naar Apeldoorn en werden bij het station op militaire wijze verwelkomd door een meneer, waarvan zij eerst hoorden, dat hij "wachtmeester" heette, toen één van de aangekomenen zijn kennis wilde luchten en "sergeant" tegen die meneer zei. Hierna volgde prompt op het station de eerste les "rangen en graden". Na deze theorieles stapten zij in de auto's en kwamen aan in de Koning Willem ÏII kazerne, waar zij zich meldden bij de administrateur van de 1e Instructiecompagnie, die evenals de overige "meneren" die op dat bureau aanwezig waren, talloze vragen op hen afvuurden. De heren wilden weten, hoe vader en moeder heten, waar hun rente-kaarten waren, welk geloof zij hadden, of zij kostwinner waren, enz. Daarna werden zij gemeten, diep in de ogen gekeken om de kleur daarvan vast te stellen en vervolgens moesten zij diverse papieren in ontvangst nemen, die later elders weer moesten worden  afgegeven. Hierna volgde een korte keuring bij de dokter, waarna een bezoek werd gebracht aan de foerier. De nieuw-aangekomenen werden daar letterlijk overladen met geschenken en gebukt onder deze goede gaven strompelden zij naar de slaapzalen in gebouw B4 waar de bedden keurig naast elkaar stonden opgesteld. In ieder bed lag een kogelronde strozak, die er ongetwijfeld de oorzaak van is geweest, dat een enkeling zijn nachtrust door een onvrijwillige kennismaking met de vloer, moest onderbreken.
Nadat zij zo goed en zo kwaad als het ging waren opgesteld in de hal van het gebouw, werden de nieuwelingen toegesproken door de compagniescommandant, kapitein C.J.M.J. Koreman, die hen onder de krijgstucht stelde en het kader van de compagnie voorstelde. 's Avonds werden de kasten model gepakt en de rekruten werden op de hoogte gesteld van de gang van zaken in de kazerne.
De volgende dag reisden zij naar Teuge, waar zij hun beide veldblouses en veldbroeken, overjas en schoenen ontvingen en toen ook nog een bezoek was gebracht aan de kazernekapper, leken zij zowaar al enigszins op militairen. 25e Fillerlichting bivakTot nog toe hadden zij gemeend, dat zij vrij aardig uit de voeten konden, doch het tegengestelde bleek bij de exercitielessen.  Aanvankelijk liepen zij als oude mannetjes met stramme benen en stijve armen achter elkaar, doch gaandeweg werden de bewegingen soepeler. Zo was het trouwens met alles. Overdonderd door al het nieuwe, dat in een verbazingwekkend tempo over hen werd uitgestort zagen zij bijkans door de bomen het bos niet meer, maar van de rust gedurende het eerste weekeinde, dat in de kazerne moest worden doorgebracht, kwamen zij weer enigszins bij.
's Maandags begon het lieve leven weer in volle omvang en duurde tot de middag van Witte Donderdag in alle hevigheid voort.  De begroetingsbijeenkomst, die op die dag om 08.30 uur werd gehouden en waarbij de depotcommandant hen toesprak en hen onder meer uiteenzette, waarom zij nu feitelijk in dienst waren, was een welkome onderbreking. Om 13.00 uur verlieten zij in burgerkleding de kazerne, om Pasen in eigen kring te vieren en aldaar sterke verhalen over de dienst op te dissen.
Een der vele moeilijkheden, waarmede de nieuwe marechaussees in het begin te kampen hadden, was het feit dat zij zo weinig begrepen van de militaire uitdrukkingen. Terugkerende van de schietbaan meldde een der rekruten zich bijvoorbeeld af bij de wachtmeester van de week, die bij wijze van uitzondering een vrolijke bui had en hem vroeg: "Stonden de kogelvangers er nog?". "Neen, wachtmeester", luidde het correcte antwoord.” Hoogst verbaasd herhaalde de wachtmeester zijn vraag en toen deze wederom ontkennend werd beantwoord, vroeg hij: "Maar was er dan helemaal niets meer te zien van de schietbaan?"  "Jawel, wachtmeester, luidde toen het bescheid, "de taluds waren er natuurlijk nog wel, maar de kogelvangers waren al weg." Trots als pauwen verlieten zij op 20 april de kazerne om voor de eerste maal in uniform met bewegingsvrijheid te gaan en zich thuis te laten bewonderen.
Enige weken later, toen de jonge marechaussees zich al hele kerels begonnen te voelen, gingen zij drie dagen op bivak in een bos- en heideterrein te Garderen. Ze sliepen daar in tweemanstentjes en troffen goed weer. Ze maakten het zich zo gemakkelijk mogelijk, zelfs een koffergrammofoon verscheurde nu en dan de avondstilte en fototoestellen legden diverse momenten voor eeuwig vast. Overigens ging overdag de training meer dan normaal door. Velddienst marsen en het graven van schuttersputjes bleek dagelijks en uitermate vermoeiend werk te zijn. Niettemin bleef de stemming in de compagnie opperbest.
Als men hard werkt vliegt de tijd om. Zwoegende kwam de ouderdag in zicht, voordat de recruten het zich realiseerden. Daags tevoren werd de grote inspectie gehouden en op de grote dag keken zij verlangend uit naar de autobussen, die de familieleden van het station naar de kazerne zouden brengen. De ouderdag verliep zoals alle andere ouderdagen. 's Morgens de uitreiking van het vaantje aan de beste marechaussee van het beste peloton. Bij deze vijfentwintigste lichtingsploeg volgens het aanvullingssysteem was het dienstplichtig marechaussee der vierde klasse H. Thomas van het derde peloton, dat onder commando staat van wmr 1e klas R. Brakels, die het vaantje namens zijn peloton in ontvangst mocht nemen. Na de uitreiking werd de compagnie onder de standaard geplaatst. De depotcommandant hield vervolgens een toespraak, waarin hij wees op de hoge waarde van de standaard en de plichten, die rusten op een militair in het algemeen en een marechaussee in het bijzonder.  Daarna volgde een goed défilé voor de depotcommandant. De plechtigheid bij het monument maakte, zoals voorheen, op de aanwezigen grote indruk, hetgeen uit diverse opmerkingen kon worden opgemaakt.
Aan de feestelijkheden kwam een einde met een theedansant, dat in de manschappenkantine werd gehouden. De mannen van de vijfentwintigste lichtingsploeg gingen met hun familieleden huiswaarts, de kragen open en het korpsonderscheidingsteken op de mouw. Zij zullen bij de voortgezette opleiding, die zij thans volgen bij de 2e instructiecompagnie, nog veel moeten leren, maar de basis voor deze verdere opleiding is nu gelegd en daarop voortbouwende, kunnen er goede marechaussees uit groeien.


 

 

Terug naar overzicht

Specials

Schutsvrouwe der Koninklijke Marechaussee
Verbouwing Koning Willem III kazerne
Anekdotes en (sterke) verhalen

Donaties

Steun deze website. Klik hier voor meer informatie.


Advertentie

MarechausseeNostalgie op Facebook

Volg ons op Facebook

Website door Dinkel Systems