Anekdotes en (sterke) verhalen

Mijn tijd in Nieuw-Guinea. Door mar Frank Hurks, lichting 61-5

Eind mei 1962 arriveerde met de ss Zuiderkruis ons detachement KMar in Hollandia, Nieuw-Guinea. Het detachement bestond uit adjudant Schilpzand, de wachtmeesters Jaap Vet, Daan Holster, A. Gorissen en de marechaussees der 2e klasse, (jawel, voor vertrek werden we allemaal bevorderd) Frank Hurks, Wim Kau, Henk Holtkamp, Jaap Kerk, Piet van het Hoff en Joop Apeldoorn. Joop was meegegaan als vrijwilliger op voorwaarde dat hij op Nieuw-Guinea zou kunnen motorrijden. Op de KW III kazerne werd hem verzekerd: "zeker dat kan", maar Joop heeft nimmer op een motor gezeten in Hollandia.
Kloofkamp
Vanaf de Zuiderkruis werden we vervoerd naar ons onderkomen, een quonset*) uit de 2e wereldoorlog aan de Oranjelaan vlakbij de kazerne "Kloofkamp" met het prachtige zwembad. Hier namen wij de wacht over van een detachement mariniers die hier in een kamer en twee cellen acht gevangen Indonesiërs bewaakten, zijnde de bemanning van een Indonesische Dakota die aan de zuidkust was neergeschoten.
Een plan werd opgesteld en met zes marechaussees moesten wij de 24 uur die een dag en nacht nu eenmaal telt, de gevangenen bewaken. Ik was de eerste gelukkige die op een stoeltje in de deuropening van een kamer van 4 bij 5 meter de zes gevangenen mocht bewaken. Om indruk te maken droeg ik een volledige uitrusting met helm en een karabijn op mijn knieën. Krijgsgevangenen
Munitie hadden we niet, die zou pas weken later met een boot komen. Maar dat was geen probleem. "klik maar een lege houder in je karabijn en haal hem een keertje over" zei onze opper.
Daar zit je dan 3 uur na aankomst voor een kamer met zes Indonesiërs. In het begin is elke beweging van de personen verdacht maar na enkele wachten verdwijnt dat gevoel en kregen wij een zekere band met deze zes mannen. Twee van hen spraken Nederlands nog uit de tijd van Nederlands-Indië en een van hen had zelfs in Delft gestudeerd. Eigenlijk hoefden wij nergens bang voor te zijn want deze zes konden in Hollandia toch geen kant uit.
Op een zaterdag, 10 dagen na onze aankomst, moesten wij de zes gevangenen naar het vliegveld Sentani (40 kilometer van Hollandia) brengen. Eindelijk konden we de buitenwereld en het  uitgaansleven in Hollandia eens gaan ontdekken en met vijf man, een moest "thuis" achterblijven, vierden we onze eerste vrije dag. Jachtclub Hollandia
In de jachtclub waren we welkom en het bier vloeide rijkelijk, er werd gedanst en gefeest en laat die avond/nacht rolden wij vol met drank onze bedden in.
De volgende morgen, een zondag, liep Henk Holtkamp buiten voor ons gebouw te dollen en we kwamen in een korte broek en T-shirt op straat terecht. Er stopte een VW kever en er  stapte een man in burger uit. De man kwam op ons af en vroeg waarom wij niet normaal gekleed waren, Henk zei "wat hebben wij met u te maken", de man zei "weet je niet wie ik ben". Henk antwoordde "misschien bent u wel Jezus, wat kan mij het schelen wie u bent". De man barstte zowat en zei "ik ben schout-bij-nacht Reeser" (bijgenaamd pokhouten Leen), dat  laatste zei hij natuurlijk niet maar later hoorden wij dat dat zijn bijnaam was. Het gevolg was dat wij een straf van onze adjudant kregen: 14 dagen alleen dienst overdag maar 's avonds een soort arrest, dus niet op stap.
Deze schout-bij-nacht Reeser wenste ook dat elke middag zo rond 2 uur een van ons bij de marinekazerne die op een heuvel lag, bij de uitgang het verkeer regelde zodat hij met zijn grote zwarte Ford een ongestoorde doorgang kreeg naar zijn residentie.
Vele jaren later, ik woon dan in Alkmaar, zie ik deze man op straat lopen en wij kijken elkaar aan. Zou hij het nog weten? Ik in ieder geval wel!
Dit zijn een paar van de vele ervaringen die ik heb opgedaan in de voor mij te korte periode in Nieuw-Guinea, want op 2 november 1962 vertrokken wij weer.

Toen we na terugkomst in Nederland werden ingedeeld bij de parate troepen, wist geen mens wat wij daar kwamen doen in onze burgerkleding. Alle zes dienstplichtige Nieuw-Guinea-gangers werden verdeeld over de parate onderdelen in Harderwijk en Nunspeet. Henk Holtkamp en ik werden ondergebracht bij 11 Marcie in Schaarsbergen. Omdat de groep niet meer bij elkaar was, verwaterden de contacten al heel snel. Alleen met Henk Holtkamp bleef ik tot ons afzwaaien bevriend. In mei 1963 gingen we met vervroegd verlof, daarna is er hoegenaamd geen contact meer geweest; eenmaal een reünie van 61-5 maar toen was ik helaas verhinderd. Oproepen van mij op de site van MarechausseeNostalgie, die ik per toeval tegenkwam, leverde ook geen resultaat op.

* quonset –  een halfrond bouwwerk, vervaardigd van een lichtmetalen skelet en afgedekt met ijzeren golfplaten.

 

Terug naar overzicht

Specials

Schutsvrouwe der Koninklijke Marechaussee
Verbouwing Koning Willem III kazerne
Anekdotes en (sterke) verhalen

Donaties

Steun deze website. Klik hier voor meer informatie.


Advertentie

MarechausseeNostalgie op Facebook

Volg ons op Facebook

Website door Dinkel Systems