Anekdotes en (sterke) verhalen

Mijn dienstplicht bij de Koninklijke Marechaussee (Deel 3). Door dpl wmr Leo Penders, lichting 56-4

Tussen de bedrijven door was er wel gelegenheid om te weten te komen wat er gebeurde in de buitenwereld en wel door het staande lezen van De Telegraaf die als een soort muurkrant in de hal was aangebracht. Zo raakten we op de hoogte van de mijnramp in Marcinelle in België, de Suez-crisis en de Hongaarse opstand.
Min of meer als afsluiting van de basisopleiding werd gedurende enkele dagen en nachten een bivak gehouden. Voor lichting 56-4 werd dat beperkt tot overdag, vanwege het feit dat de dienst niet te zwaar mocht zijn omdat er in die periode landelijk een epidemie van, ik meen, kinderverlamming heerste. Overdag dus dagdienst en 's avonds terug naar de kazerne. Nu had ik in zoverre pech dat ik tijdens een van de nachten op de kazerne mijn eerste wachtdienst aan de toegangspoort (twee uur op en vier uur af) moest doen. Dan komt van slapen en uitrusten niet veel terecht en dat heb ik gemerkt!
Toen we op het bivakterrein in de buurt van Garderen arriveerden en ik met volle bepakking uit de vrachtwagen sprong en door de knieën meeveerde kon ik niet meer overeind komen. Het kader zag wel dat ik niet simuleerde en ik kreeg daarom de opdracht het tentenkamp te bewaken. Daar zat ik als eenling op de grond met een geweer tussen mijn knieën te luisteren naar het geklepper in de verte van de pionierschoppen die als een soort billentikker achter aan de koppels waren bevestigd. Na controle bij de MGD (Militaire Geneeskundige Dienst) bleek dat ik last van spit had gekregen en mocht ik tijdens de ochtend- en avondappèls op de MGD onder een infraphil-lamp gaan liggen. Natuurlijk thuis geen dag verzuimd, want hoe krom ik ook liep ik kon altijd nog het station bereiken. Je mocht immers pas thuis blijven "als je het station niet meer kruipend zou kunnen bereiken!"
Ons werd ook wel een extraatje gegund: om het blauwe MLV-(Militaire Lichamelijke Vaardigheid) speldje te verdienen moest er geoefend worden in het Sportfondsenbad van Apeldoorn, echter niet tijdens de gewone diensturen. Daarom moesten we in alle vroegte met onze wollen zwembroek gewikkeld in een katoenen handdoek, alles natuurlijk in legergroen, onder de arm de 3-tonner in. Voordat de eerste burger-zwemmers in het zwembad arriveerden waren wij al weer op de terugweg om de gewone dienst aan te vangen.

56-4 Turkse Markt

Na acht weken dienst kwam de langverwachte ouderdag, einde rekrutentijd! De kragen konden open, de stropdassen om, de enkelstukken af en aan onze voeten kregen we zelfbetaalde, op onnodige versieringen gekeurde lage bruine schoenen. Aan de "straatnaambordjes" boven aan onze mouwen kon men nu echt zien dat we tot de Koninklijke Marechaussee behoorden.
Op de ouderdag werd flink uitgepakt: de volledige PSU werd model, met behulp van meetlinten uitgestald op het exercitieterrein, een nauwkeurige inspectie leverde het beste peloton en de beste man van het beste peloton op aan wie een blauw vaantje werd uitgereikt. Helaas viel ons peloton om onbegrijpelijke redenen buiten de prijzen! Vervolgens werd de compagnie "onder de Standaard" geplaatst en volgde een parade langs de kazernecommandant waarbij nog de paradepas werd gebruikt. Na de herdenking van de gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog was er 's middags thé-dansant waarbij het ons opviel dat het beroepskader zo ontzettend aardig en sympathiek op onze ouders en meisjes over kwam. Waren onze verhalen over "afknijpen" dan toch overdreven? Aan het eind van de middag was er, om met aalmoezenier Arts te spreken, nog gelegenheid om na de dressuurproeven de stallen te bezichtigen. Vervolgens konden we ons opmaken voor enkele dagen "fillerverlof", maar eerst moesten we echter nog kennisnemen van hetgeen ons in de voortgezette opleiding te wachten stond. Ik mocht mij verheugen op een kaderopleiding voor onderofficier bij de 4e Instructiecompagnie onder commando van de kapitein Spronk, de latere C-KMar. Na indeling bij de kaderklas van wmr1 Brouwer kreeg ik blauwe driehoekjes op de kraag als teken van onderofficier in opleiding zijnde. Vergeleken met de basisopleiding was deze tijd echt een verademing. Alles werd in een veel rustiger tempo gedaan, er werd onder lakens op echte matrassen geslapen en niet te vergeten de soldij werd verhoogd naar ƒ 1,= per dag. Er waren nogal wat theorielessen in het leslokaal waarbij steeds meer in de richting van de PD (politie-dienst) werd gewerkt door veel rechts- en wetskennis op dat gebied. In de pauzes was er voor de ontspanning volgens wmr Brouwer altijd wel tijd voor "Caravellis" (rookpauze). Praktisch werd geoefend in de buitenlucht door kaartleesoefeningen en binnen OG (Ongewapend Gevecht) in een zaaltje bovenin het legeringsgebouw waar ook instructiefilms, waaronder "De ondergang van de B-Compagnie", werden getoond. Daar werd ons onder andere de "opbreng-greep" (altijd nuttig voor een marechaussee) bijgebracht.
Ook in de kaderopleiding waren de eisen aan de toekomstige onderofficieren behoorlijk streng. Tijdens de opleiding werden af en toe medecursisten overgeplaatst naar de gewone opleiding tot marechaussee binnen de eigen 4e Instructiecompagnie.
Dat we geleerd hadden om in allerlei omstandigheden te doen wat ons geleerd was is uit het volgende gebleken. Als je b.v.'s zondagavonds bij terugkeer naar de kazerne de laatste aansluitende trein gemist had, moest je de dichtstbijzijnde kazerne opzoeken, daar overnachten en de volgende dag per eerste reisgelegenheid terugkeren naar de eigen kazerne. Het is me een keer overkomen in Amersfoort. Ik vervoegde mij daar bij de Juliana van Stolbergkazerne, werd ondergebracht in een groezelige "passantenkamer" en na een zeer korte nachtrust de poort weer uitgewerkt. Ik was zo vroeg weer terug in Apeldoorn dat iedereen daar nog aan de dagdienst moest beginnen!
Het eerste halfjaar van de diensttijd werd afgesloten met een maand rijopleiding aan de MAR-school op de kazerne. Een halve dag werd besteed aan theoretische kennis van de auto waarbij ik begrippen als differentieel, fuseearmen en fuseepennen tot me nam, de verkeersregels en onderhoud wagen met "bokkepoten" in de petroleum; de andere halve dag was voor praktische oefening op de leswagen Ford F3, hetgeen met "double clutch en terugschakelen met tussengas" nog niet meeviel. In mijn geval stond ik samen met Jan Ruizenaar onder leiding van de (AAT)-kpl1 Prest. Deze begon zoals zijn gewoonte was met ons te vragen of we wel of geen onderwijzer van beroep waren. Toen we dat geen van beiden bleken te zijn was hij merkbaar opgelucht. Zijn ervaring was dat onderwijzers het altijd beter wisten dan hij! Na geslaagd te zijn tijdens de cursus kwamen we in het bezit van het blauwe militaire rijbewijs, dat ik overigens nooit in de praktijk heb gebruikt. Als ik later bij de parate troepen vervoer nodig had, dan kreeg ik er immer een chauffeur (meermaals was dat mijn maat Jan Ruizenaar) bij, die wel uitkeek om een ander in zijn wagen te laten rijden.
Beëindiging van de halfjaarlijkse opleiding betekende voor mij ook promotie naar de rang van mar 2e klas en detachering voor een bevoorradingscursus van twee maanden bij de Intendance in de Oranje-Nassaukazerne in Amsterdam. In die twee maanden heb ik ook daar weer vele nieuwe ervaringen opgedaan. Zo kwam ik als enige marechaussee in een peloton terecht van jongens uit alle landmachtonderdelen, die voor deze cursus naar Amsterdam waren gekomen.
Belangrijk in de opleiding was dat we de namen van militaire spullen in codeboeken konden opzoeken en terugvinden. Een kleermakerstrapnaaimachine b.v. werd als volgt teruggevonden: machine-, naai-, trap-, kleermakers!
Toen pas kwam ik erachter, dat binnen de krijgsmacht er verschillen in niveau van militaire vorming bestonden. Ik dacht dat de Marechaussee de gewone geldende normen had en dat de anderen daaraan ook zouden voldoen. Mijn ervaring daar in Amsterdam was anders. Het gevolg was wel dat er hele discussies zijn gevoerd of bij de exercitie de armen tot koppelhoogte dan wel tot horizontaal (Marechausseenorm) moesten worden opgezwaaid.
Zo ook of de voeten tot enkelstuk-hoogte dan wel tot dijen horizontaal (Marechausseenorm) moesten worden opgetild. Dat iedereen zijn web-uitrusting blanco-de met pasta in plaats van met poeder stak mij bijzonder: je kreeg met pasta zo’n vieze blinkende koppel om je lijf. Onverteerbaar! Daarom stond ik als eenling dagelijks alleen in het waslokaal om met blancopoeder mijn koppel te verzorgen. Men kon mij maar moeilijk ervan overtuigen o.a. door te verwijzen naar hetgeen hieromtrent in de "inwendige dienst" was voorgeschreven, dat de Marechausseenorm toch niet de juiste zou zijn!

(Wordt vervolgd)



Terug naar overzicht

Specials

Schutsvrouwe der Koninklijke Marechaussee
Verbouwing Koning Willem III kazerne
Anekdotes en (sterke) verhalen

Donaties

Steun deze website. Klik hier voor meer informatie.


Advertentie

MarechausseeNostalgie op Facebook

Volg ons op Facebook

Website door Dinkel Systems